Door: Bernard Korte | NIVZ

Wat is het NIVZ?
Het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties (NIVZ) helpt om zwemlocaties veiliger te maken. Dat is hard nodig want jaarlijks verdrinken in Nederland meer dan honderd mensen (CBS 2019). Dit aantal is al tientallen jaren hetzelfde. We vinden het tijd om daar wat aan te doen. Het aantal verdrinkingsdoden kan -moet- omlaag!

Is de zee een veilige zwemlocatie?
Zwemmen in zee is in de eerste plaats leuk en gezond. Maar zwemmen in zee is ook gevaarlijk; de zee is geen zwembad. Zwemmers krijgen te maken met stroming, muien, plotselinge diepte, golfslag en kou. Soms komen zwemmers ook andere watergebruikers tegen, met bijvoorbeeld een surfplank, kiteboard of gemotoriseerde vaartuigen.

Het NIVZ concentreert zich op de realisatie van een veilige zwemomgeving. De focus is daarbij gericht op de volgende vragen. Zijn de risico’s in kaart gebracht? Welke maatregelen zijn er genomen? Hoe is de communicatie naar de zwemmers? Is er toezicht? Hoe is de hulpverlening geregeld? De advisering van het NIVZ richt zich op de implementatie van maatregelen die het risico op (bijna) verdrinken minimaliseren.

De meeste aan zwemmen gerelateerde verdrinkingen vinden plaats in open water: in de zee, in meren en plassen, en rivieren en kanalen. Inmiddels is de volgende ‘drietrapsraket’ gangbaar om veilig zwemmen te bevorderen;

  1. leren zwemmen;
  2. bewust zwemmen;
  3. een veilige zwemomgeving realiseren.

Zwemmen in zee. Mag dat?
In het waterrijke Nederland mag men overal zwemmen, tenzij het expliciet verboden is. Er zijn specifieke zwemverboden opgenomen in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR): zwemmen is verboden in een doorgaande vaarroute, in havens en in de nabijheid van bruggen, sluizen en viaducten. Deze wettelijke zwemverboden betreffen niet snel het zwemmen in zee.

Provincies wijzen jaarlijks locaties aan als zwemlocatie. Zij doen dit op plekken waar regelmatig grote aantallen mensen zwemmen en de waterkwaliteit voldoende is. Voor de kustwateren kent Rijkswaterstaat die functie toe. Rijkswaterstaat kan de toegang tot deze locaties ook weer geheel of gedeeltelijk verbieden. In de praktijk gebeurt dat nauwelijks.

Daarnaast biedt de Wet publieke gezondheid gemeenten de mogelijkheid om de toegang tot gebieden te verbieden als de volksgezondheid in gevaar komt. Dat betreft ook eventueel zwemlocaties. Van deze mogelijkheid wordt in praktijk nauwelijks gebruik gemaakt.

Reddingsbrigades hijsen bij grote risico’s voor zwemmers de rode vlag. Vaak wordt dit uitgelegd als ‘verboden te zwemmen’. Feitelijk is het een dringend advies om niet te zwemmen. Immers, de reddingsbrigade kan geen verbod uitvaardigen. De strandwachten zijn ook geen handhavers.

Wat is het zwemseizoen?
In Nederland is het zwemseizoen vastgesteld van 1 mei tot 1 oktober. Met de komst van de Omgevingswet zal dit veranderen. De Rijksoverheid wil met de Omgevingswet de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Naar verwachting treedt deze nieuwe wet in 2022 in werking. De regels voor zwemwater vallen hier ook onder. Voor zwemmen in oppervlaktewater wordt het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van kracht. Dit besluit stelt inhoudelijke normen voor overheden en bevat geen regels of voorschriften voor houders van zwemlocaties.

De nieuwe Omgevingswet roept nieuwe vraagstukken op. Met name op het gebied van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het beleid om de zwemveiligheid bij de zwemlocaties te vergroten moet daarop inspelen. Het is een taak die primair in het overleg tussen gemeente, provincie en Rijkswaterstaat moet worden vormgegeven.

Belangrijke implicaties van de nieuwe Omgevingswet voor de zwemveiligheid.

  • Duur van het badseizoen is niet meer landelijk geregeld. Provincies zijn onder de Omgevingwet verantwoordelijk om per locatie het bad-
    seizoen vast te stellen.
  • Het onderscheid tussen C- en D-locaties en de te onderscheiden regels over de hygiëne, veiligheid en toezicht uit het (oude) Besluit hygiëne
    en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (BHVBZ) komt te vervallen. De Omgevingswet gaat uit van één regime voor alle open water zwemlocaties.
  • De wet verwijst voor zwemwater niet meer naar de ‘houder’ van een zwemlocatie. De wetgeving bevat alleen regels voor de provincies en de ‘waterbeheerder’ (Rijkswaterstaat of een van de waterschappen). Zij moeten zorgdragen voor zwemwatertaken.
  • Aanwijzing van een zwemlocatie vindt voortaan plaats in overleg met de ‘waterbeheerder’. Een provincie kan een zwemlocatie alleen aanwijzen als de waterbeheerder ermee instemt.
  • In een waterprogramma kan degene die het waterprogramma opstelt, de maatschappelijke functie zwemwater toekennen. Maar deze vast legging is niet meer verplicht.
  • Provincies hebben de mogelijkheid om in hun omgevingsverordening voor zwemwaterkwaliteit ten opzichte van de zwemwaterrichtlijn strengere of aanvullende doelen in de vorm van omgevingswaarden te stellen.
  • Provincies doen jaarlijks onderzoek naar de veiligheid van een zwemlocatie. Hieraan gekoppeld stellen zowel de provincie als de water
    beheerder maatregelen vast voor de verbetering van de kwaliteit.
  • Verdere uitwerking vindt plaats in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal en (lokaal) in Omgevingsbesluit en Omgevingsplan.

Zie ook: aandeslagmetdeomgevingswet.nl

Meer weten?
Zie www.nivz.nl of neem contact met ons op!
Stichting NIVZ
Postbus 84300
2508 AH DEN HAAG
T +31 6 20 30 88 18
E info@nivz.nl